Rentevormen

Variabele rente
Het rentepercentage - en daarmee ook de hypotheeklast - wordt gedurende de looptijd van de lening onder andere afgeleid van de marktrente en is variabel.

Voordelen:

-          Bij een daling van de variabele rente gaat uw hypotheeklast omlaag.
-          Extra aflossingen of zelfs geheel aflossen, is altijd en zonder kosten mogelijk.
-          U kunt altijd zonder vergoedingsrente kiezen voor een ander rentetype;
           hiervoor worden meestal wel kosten in rekening gebracht.

Nadelen:

-          Bij een stijging van de variabele rente gaat uw hypotheeklast omhoog.
-          De hoogte van de rente kan (sterk) aan verandering onderhevig zijn. 
           Rentefluctuaties hebben een directe invloed op de maandlasten.
 

Vaste rente
Bij de vaste rente blijft het rentepercentage gedurende een bepaalde periode (de rentevastperiode) ongewijzigd. Momenteel worden rentevastperiodes aangeboden variërend van 1 tot en met 15, 20, 25 en 30 jaar vast.

Aan het einde van de rentevastperiode worden u een aantal rentetypes aangeboden. U heeft echter de mogelijkheid om naast de aangeboden rentetypen te kiezen voor alle andere gangbare rentetypen die worden aangeboden op dat moment.

Voordelen:

-          De rente blijft ongewijzigd tijdens de rente-vastperiode.
-          Ongeacht de marktrente-ontwikkeling betaalt u gedurende de rente-
           vastperiode steeds hetzelfde bedrag. Dat betekent zekerheid gedurende
           de rentevastperiode.
-          Bij afloop van de rentevastperiode kunt u opnieuw uw keuze afstemmen op
           de (rente)situatie van dat moment.

Nadelen:

-          Als de marktrente daalt, profiteert u daar niet meteen van.
-          Zonder vergoeding vervroegd aflossen is niet altijd onbeperkt mogelijk.
-          Als de marktrente stijgt, kunt u na de rentevastperiode worden
           geconfronteerd met hogere hypotheeklasten.


Vaste rente inclusief rentebedenktijd
Bij de vaste rente inclusief rentebedenktijd blijft het rentepercentage gedurende een bepaalde periode (de rentevastperiode) ongewijzigd. Momenteel worden rentevastperiodes aan geboden variërend van 1 tot en met 15, 20, 25 en 30 jaar vast.

Gedurende de laatste twee jaar van een rentevastperiode heeft u rentebedenktijd. Ook kan voor één jaar vaste rente worden gekozen, die geheel uit rentebedenktijd bestaat. Gedurende de rentebedenktijd kunt u eenmalig de rente kosteloos wijzigen. Voor de optie rentebedenktijd betaalt u een opslag in het rentepercentage.

Indien u geen gebruik maakt van de rentebedenktijd worden u aan het einde van de rentevastperiode een aantal rentetypen aangeboden.

U heeft echter de mogelijkheid om naast de aangeboden rentetypen te kiezen voor alle andere gangbare rentetypen die worden aan geboden op dat moment.

Voordelen:

-          De rente blijft tijdens de rentevastperiode en de rentebedenktijd (tot u
           de rente wijzigt) gelijk.
-          Ongeacht de marktrenteontwikkeling betaalt u gedurende de
           rentevastperiode en de rentebedenktijd (tot u de rente wijzigt) steeds
           hetzelfde bedrag.
-          Mogelijkheid om te profiteren van eventuele rentedaling tijdens de
           rentebedenktijd.
-          Bij afloop van de rentevastperiode kunt u opnieuw uw keuze afstemmen
           op de (rente)situatie van dat moment.
-          Gedurende de rentebedenktijd onbeperkt en zonder vergoeding geheel
           of gedeeltelijk aflossen.
-          Als u verhuist kunt u het bestaande rentecontract, dat bij de geldlening
           van uw oude woning van toepassing is, meenemen naar de geldlening
           van uw nieuwe woning. Informeer naar de mogelijkheden en voorwaarden
           bij uw adviseur.

Nadelen:

-          U dient zelf te bepalen wat het beste tijdstip is om in de periode van
           rentebedenktijd, over te schakelen naar een ander rentetype.
-          Daalt het rentepercentage buiten de rentebedenktijd, dan kunt u daar
           niet direct van profiteren.
-          Gedurende de rentevastperiode is zonder vergoeding aflossen beperkt
           mogelijk.

Als de marktrente stijgt kunt u na de rentevastperiode geconfronteerd worden met hogere hypotheeklasten.